1e test van een afstandssensor

Hoe werkt die sensor nou weer? Dat moeten we natuurlijk thuis uitgebreid testen. En als het werkt, dan is dat best kicken. Kijk maar mee.

Dit keer werken we niet met scratch maar met een veel krachtigere programmeertaal: python. Zo ziet het programma dat je hierboven ziet eruit.

 

Wat doen jullie nou precies met onze kinderen?

“Wat doen jullie nou echt met die kinderen?”

Nou, dat verzinnen we dus zelf ook pas net een beetje van tevoren.
Maar we hebben het volgende idee:

Als ze een stroomkring begrip hebben, dan is er een oorzaak-gevolg idee. Dat is handig bij fysieke schakelingen én voor begrijpen wat programmeren is.

Kinderen kunnen vanuit de ideeën “stroomkring” en “de plus via de lamp/schakelaar/weerstand met de min verbinden” ook daadwerkelijk schakelingen maken. Knutselen. Proberen. Fouten maken. En dat mag best een kapot lampje opleveren. We spreken echt niet over formules of echt lastige begrippen als spanning.

Vandaag hebben we bijvoorbeeld weerstand nieuw ingebracht als: “Iets dat de stroom afremt, waardoor er minder stroom door de LED stroomt. Dat is handig, want ze kunnen niet zoveel hebben.”

Of vertellen we over stroom:
“Stroom is wat er gebeurd als je een batterij op een geleider aansluit. De energie uit de batterij komt zo in de lampjes”.

We willen graag dat kinderen de stroomkring zoeken. We knutselden met draadjes en batterijen, met koperdraad en hout, en vandaag met leds, weerstanden en op een breadboard. Eigenlijk praten we steeds alleen over het begrip van de kring die dicht moet.

Lastig hoor…. het overbrengen van theorie is geen doel, maar wel mooi als we er over kunnen praten als reactie op een observatie als:
– “He, de groene LED brand feller dan de oranje”.
– “He, ik kan de lampjes zachter laten branden als ik ze achter elkaar verbind”
– “He, mijn lampje doet het niet, o wacht, als ik bij de plus begin….. he, daar gaat het mis”.

Begrijpen ze wat ze doen?
Nee. Misschien. Of niet altijd. Ja. Zeker!
Allemaal waar.
In het filmpje hieronder vertellen 2 kinderen over hun schakeling.
Wat je ziet is een 3-kleuren LED. Iedere draaiweerstand is aangesloten op 1 kleur (Rood, Groen, Blauw). Door te draaien kun je voor iedere kleur bepalen hoe sterk die kleur is, waarmee je dus nieuwe kleuren kunt mengen. Best moeilijk 🙂
Dit is wat ze zeggen:

Ze werken ook allemaal anders.

Een kind klikt in no time van alles in elkaar : trial and error. ( Veel error vandaag :))
Een ander wil eerst alles lezen. Begrijpt het niet en start niet of nauwelijks.

Allebei goed.

Onze  eerste insteek ( en verkoop pitch)  was : Maak een spel. 
Dat doen we dus ook, eerst een analoog spel, de Bibber spiraal.
En we gaan nu naar het computerspel.

Volgende week maken ze knipperende leds. Met de computer, een Raspberry Pi (Rpi)
De link is ook niet zo lastig. De knopjes die ze vandaag met de hand bedienden, zitten als fysieke aansluiting op de RPi. We gaan dus eerst die computer verkennen ( Scratch ) en proberen om leds met de computer aan te zetten.
En daar raken we een wezenlijke kern:

Kinderen gebruiken een apparaat als een black box, die ze gewoon gebruiken en dat alles kan, maar die jij nooit verteld wat het ding zelf zou moeten doen.
Als het besef doordringt dat je een computer kunt programmeren, zodat er in de echte wereld iets gebeurd : super. Al is het maar een lampje, sorry: LED :),  dat aan gaat.

We gaan nu dus in 3 weken een simpel spel maken op een computer. En als je dan in het spel af bent, hoor je een echte zoemer en gaat er een LED aan. Of draait een motortje. Of wordt de groene vlag gehesen? Of …. ( hier zijn de kids zo creatief!)
Sommigen zijn echt zo ver dat ze zelf de knopjes op de breadboards kunnen gebruiken om het spel op de computer te bedienen!

Dus, op de vraag wat wij nou doen?
Spelen. Leren. Proberen. Prutsen. En dat alles in de richting van het begrip dat computers met  leds, thermometers of welke elektronica dan ook, gewoon te programmeren zijn. En lachen. Dat ook:

“Meester, mag ik naar de WC?”